Paulig is een van de pioniers binnen de levensmiddelensector. Onze op wetenschap gebaseerde klimaatdoelstellingen zijn goedgekeurd door het Science Based Targets-initiatief. We hebben ons ertoe verbonden om de wereldwijde temperatuurstijging van onze activiteiten en binnen onze waardeketen te beperken tot maximaal 1,5°C. De doelen die Paulig heeft gesteld voor deze goedkeuring, waren de meest ambitieuze opties die het Science Based Targets-initiatief aanbood.Het is onze ambitie om tegen 2030 de broeikasgasuitstoot van onze eigen bedrijfsactiviteiten met 80% te verminderen, en die van onze waardeketen met 50%. Naast onze klimaatambities, hebben we ons er ook toe verbonden om werk te maken van circulariteit. Ons streven is dat al onze verpakkingen tegen 2030 recyclebaar zijn én gemaakt zijn van hernieuwbare of gerecyclede materialen. Daarnaast hebben we ons aangesloten bij de wereldwijde uitdaging om voedselverspilling in 2030 met 50% te hebben teruggedrongen.

Paulig streeft ernaar om de broeikasgasuitstoot van haar eigen bedrijfsactiviteiten met 80 procent terug te dringen  

Onze ambitie is om de broeikasgasuitstoot van onze eigen bedrijfsactiviteiten tegen 2030 met 80% terug te dringen, en die van onze waardeketen met 50% (vergeleken met de situatie in 2018).

  • Tot dusverre hebben we de broeikasgasuitstoot van onze eigen activiteiten met 18% terug weten te dringen. Dit komt onder meer dankzij de inkoop van hernieuwbare elektriciteit en meer energie-efficiëntie.
  • We willen dat in 2023 al onze vestigingen het CarbonNeutral®-certificaat hebben ontvangen. Vooralsnog hebben al zeven locaties het CarbonNeutral®-certificaat gekregen.

Doordat we een screening van de klimaateffecten van onze hele waardeketen hebben uitgevoerd, weten we dat onze eigen activiteiten slechts zo'n 3% van de totale broeikasgasuitstoot van Paulig uitmaken. De meeste uitstoot is afkomstig van onze waardeketen, en dan met name vanwege de landbouwproductie van de grondstoffen die we gebruiken in onze producten.

Het terugdringen van de uitstoot binnen de waardeketen richt zich nu vooral op tarwe en koffie. We werken samen met onze partners en leveranciers aan landbouwmethodes die beter zijn voor het klimaat. Zo zijn we een samenwerkingsverband voor duurzame landbouw aangegaan met de Zweedse landbouwcoöperatie Lantmännen. Het aan Paulig geleverde tarwemeel, waarmee jaarlijks zo'n 400 miljoen Santa Maria-tortilla's worden geproduceerd, zal per volume-eenheid tot 30% minder broeikasgassen moeten uitstoten.

Daarnaast onderzoeken we momenteel de mogelijkheden voor het terugdringen van de uitstoot in de landen waar onze koffie wordt geproduceerd.

Alle Paulig-productievestigingen zullen aan het eind van 2023
CO2-neutraal zijn

We streven ernaar om tegen het einde van 2023 al onze elf productievestigingen (in Finland, Zweden, Estland, het VK, België en Spanje) CO2-neutraal te maken. In september 2022 hebben we het CarbonNeutral®-gebouwcertificaat ontvangen voor zeven van onze elf productievestigingen. Hieraan wordt in 2023 doorgewerkt.

Om de fabrieken CO2-neutraal te krijgen, heeft Paulig bijvoorbeeld geïnvesteerd in energie-efficiëntie en warmteterugwinning. Daarnaast zijn we overgestapt op de inkoop van biogassen, hernieuwbare elektriciteit en stadsverwarming. Door deze initiatieven is de uitstoot van onze fabrieken sinds 2014 al met 98% teruggedrongen. De resterende uitstoot wordt gecompenseerd met bosbouwprojecten.

Kariba project
Het Kariba-project is een van de grootste REDD+-projecten ter wereld. Het is een gemeenschapsproject dat wordt aangestuurd door de vier plaatselijke gemeenteraden (Rural District Councils - RDC's) van Binga, Nyaminyami, Hurungwe en Mbire (Zimbabwe).

Zorgvuldig uitgekozen en onafhankelijk gemonitorde bosbehouds- en herbebossingsprojecten als compensatie

Paulig streeft ernaar dat alle productievestigingen tegen het eind van 2023 CO2-neutraal zullen zijn. Naast het terugdringen van onze uitstoot, is er ook de noodzaak tot compensatie. Alleen zo kunnen we een gedeelte van de voor nu onvermijdelijke uitstoot rechtzetten. Dit houdt in dat alle resterende broeikasgasuitstoot afkomstig van Pauligs productievestigingen zullen worden gecompenseerd door te investeren in externe CO2-compensatieprojecten. Paulig compenseert ook al sinds 2016 de broeikasgasuitstoot afkomstig van het Risenta-merk. Paulig ontwikkelt momenteel de criteria om ervoor te zorgen dat de gekozen CO2-compensatieprojecten geloofwaardig zijn en er bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met permanentie en het risico op lekken. Terwijl we werken aan een extern CO2-compensatieportfolio, zullen we ook beginnen met het opzetten van enkele inlegprojecten, samen met onze leveranciers. We willen investeren in onze eigen toeleveringsketen om boeren te ondersteunen bij het invoeren en opschalen van klimaatslimme methodes, zoals agrobosbouw of de toediening van biochar in de bodem.

Paulig werkt samen met de organisaties Climate Impact Partners en South Pole. We hebben samen door derden goedgekeurde en geverifieerde bosbehouds- en herbebossingsprojecten uitgekozen om de resterende uitstoot mee te compenseren:

  • Chocó-Darién Rainforest Conservation REDD+ (Colombia) - Verra VCS (Verified Carbon Standard) en CCBS (The Climate, Community and Biodiversity Standard) geverifieerd project voor bosbehoud. Het project wil ontbossing op 13.000 hectare voorkomen door een combinatie van activiteiten voor bosbescherming en duurzame ontwikkeling. In samenwerking met 2.000 mensen in 33 gemeenschappen vermindert het project de afhankelijkheid van de gemeenschap van niet-duurzame houtwinning en niet-duurzame landbouwpraktijken. Meer informatie op de volgende link: Chocó-Darién Rainforest Conservation REDD+, Colombia | Climate Impact Partners).  
     
  • Alto Mayo REDD+ (Peru) - Verra VCS en CCBS geverifieerd project voor bosbehoud. Het project ligt in het Peruaanse Amazonegebied en is gericht op het behoud van het ecologisch rijke Alto Mayo Protected Forest (AMPF). Het is aangewezen als 'Alliance for Zero Extinction'-gebied vanwege het cruciale belang voor het voortbestaan van de inheemse fauna en flora van Peru. De Peruaanse regering heeft het AMPF in 1987 opgericht, maar zelfs met deze bescherming wordt het park geconfronteerd met een intense ontbossingsdruk door illegale houtkap, de instroom van migranten en niet-duurzame landbouwpraktijken. Het project helpt het AMPF - een gebied van ongeveer 450.000 hectare - in stand te houden door essentiële financiering te verstrekken voor bosbeheer en gemeenschapsprogramma's. Meer informatie op de volgende link:Alto Mayo REDD+, Peru | Climate Impact Partners.
     
  • Community Reforestation (Kenya and Uganda) – Verra VCS en CCBS geverifieerd herbebossingsproject. Het project organiseert op de gemeenschap gebaseerde boomplantinitiatieven met meer dan 12.000 kleine groepen waarbij 90.000 boeren in Kenia en Oeganda betrokken zijn. Bij traditionele praktijken kappen boeren bomen om de beschikbare landbouwgrond te vergroten, wat de kwaliteit aantast doordat voedingsstoffen aan de bodem worden onttrokken. Bosbouwprojecten zoals deze combineren koolstofvastlegging met duurzame ontwikkeling, helpen de bestaansmiddelen van de gemeenschap te verbeteren door onderwijs en opleiding, en creëren extra inkomstenbronnen naast de kleinschalige landbouw. Bovendien wordt een koolstoffinanciering betaald aan boeren voor het overleven van bomen. Tot nu toe zijn er meer dan 15 miljoen bomen geplant die leven, groeien en worden gecontroleerd vanwege het project. Meer informatie op de volgende link: Community Reforestation, East Africa | Climate Impact Partners. 
     
  • Kariba Forest Protection REDD+ (Zimbabwe) - Verra VCS en CCBS gecertificeerd bosbehoudsproject. Het Kariba-project is een van de grootste geregistreerde REDD+-projecten ter wereld. Het is een project op gemeenschapsbasis, dat wordt beheerd door de vier lokale Rural District Councils (RDC's) van Binga, Nyaminyami, Hurungwe en Mbire. Via deze raden kunnen de gemeenschappen aangeven wanneer en waar zij in het bijzonder steun nodig hebben. De investeringen in het project gaan naar een reeks activiteiten die de onafhankelijkheid en het welzijn van deze gemeenschappen bevorderen. Verbeterde gezondheidsklinieken zorgen voor een betere gezondheidszorg, infrastructuur zoals nieuwe wegen, boorgaten en biovergisters verbeteren het dagelijkse leven, en er worden schoolsubsidies aangeboden aan het armste deel van de bevolking. Projectactiviteiten op het gebied van instandhoudingslandbouw, gemeenschapstuinen, bijenteelttraining, brandbeheer en ecotoerisme creëren banen en zorgen voor duurzame inkomens die de hele regio ten goede komen. Meer informatie via de volgende link: Kariba Forest Protection (southpole.com). 
     
  • Rimba Raya Biodiversity Reserve (Indonesia) – Verra VCS en CCBS gecertificeerd bosbehoud project. Het Rimba Raya Biodiversity Reserve beschermt 91.215 hectare rijke, tropische veenmoerasbossen die worden bewaakt door plaatselijke rangers en door satelliet- en luchtbeelden. Het reservaat grenst aan het wereldberoemde 'Tanjung Puting National Park' en vormt een fysieke bufferzone langs de oostgrens van het park. Naast het behoud van de ecosysteemdiversiteit en de habitat van bedreigde diersoorten zoals de Borneaanse orang-oetan, vermindert het project de uitstoot door de geplande ontbossing van meer dan 47.000 hectare bos voor de productie van palmolie te voorkomen. Meer informatie via de volgende link: Rimba Raya Biodiversity Reserve (southpole.com) 
     
  • TIST Program (Uganda) – Verra VCS en CCBS gecertificeerd herbebossingsproject. Via een netwerk van training en communicatie biedt het project structuur en training aan ongeveer 75.000 boeren wereldwijd ter ondersteuning van hun inspanningen op het gebied van herbebossing en biodiversiteit. In Oeganda begon TIST in 2003 en is uitgegroeid tot ongeveer 7.800 TIST-deelnemers die zich hebben georganiseerd in 1.200 kleine groepen. De belangrijkste projectactiviteit is het planten van bomen, dat wordt gecontroleerd met behulp van handcomputers, GPS en een online "real-time" database. Meer informatie via de volgende link: Tist Program Uganda (southpole.com)  

Paulig streeft ernaar om de broeikasgasuitstoot van de eigen waardeketen met 50 procent terug te dringen  

De meeste broeikasgasuitstoot komt voort uit onze waardeketen en is gerelateerd aan de grondstoffen waarmee we onze producten maken. Daarom werken we nauw samen met onze grondstoffenleveranciers en -partners om de uitstoot van onze waardeketen te verminderen. Ons doel is om duurzame landbouwpraktijken te stimuleren, op zoek te gaan naar nieuwe grondstoffen en partners, en nieuwe bedrijfsmodellen te ontwikkelen die een circulaire economie bevorderen.

Om verder in te zetten op CO2-neutrale landbouw, zijn we ook een samenwerkingsverband voor duurzame landbouw aangegaan met de Zweedse landbouwcoöperatie Lantmännen. Het aan Paulig geleverde tarwemeel, waarmee jaarlijks zo'n 400 miljoen Santa Maria-tortilla's worden geproduceerd, zal per volume-eenheid tot 30% minder broeikasgassen moeten uitstoten.

Bovendien is Paulig een van de ontwikkelingspartners van Svensk Kolinlagring voor een proefproject gericht op het behalen van een goedgekeurde methode voor CO2-opslag tegen 2023. Door meer CO2 op te slaan in het land van de boeren dan dat er wordt uitgestoten, wordt de hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer verminderd. 

Verder werken we aan de vermindering van onze logistieke uitstoot met 25% tegen 2025.

Verpakkingsontwikkeling blijft een van de belangrijkste focusgebieden voor Paulig. We willen dat in 2030 al onze verpakkingen te recyclen zijn én gemaakt worden van hernieuwbare of gerecyclede materialen. We richten ons nu eerst op de ontwikkeling van recyclebare verpakkingen voor 2025.

Daarnaast willen we de voedselverspilling binnen onze waardeketen in 2030 hebben gehalveerd.

Meer info

Paulig begint met de bouw van een nieuwe, duurzame productievestiging voor tortilla’s in België
Lea Rankinen and Kati Randell
Milieuvriendelijke verpakkingen ontwikkelen zonder in te boeten op voedselkwaliteit
Paulig Sustainability Approach EN
Paulig's duurzaamheidsaanpak 2030